Worden bèta’s geboren of gemaakt?

Geschreven op woensdag 4 mei 2016

 


Geen talent voor techniek, wetenschap of wiskunde? Smoesjes! 

Ligt bij de geboorte in de hersenen vast of je goed bent in taal of juist in wiskunde of zorgen uw leerlingen er zelf voor dat ze een alfa of een bèta zijn? Quest zocht het voor ons uit!

Halverwege de middelbare school scheiden de wegen van alfa’s en bèta’s. Na de derde klas moeten havo en vwo leerlingen kiezen uit profielen mét of juist zonder bètavakken. Aan welke kant van de scheidslijn een leerling terecht komt, kan financiële gevolgen hebben. Recent afgestudeerde alfa’s hebben het momenteel moeilijk op de arbeidsmarkt, terwijl technische en medische studies juist prima vooruitzichten geven op een baan. In hoeverre kunnen we het brein in een gewenste richting sturen?

Gen stuurt brein

De ontwikkelingen van de hersenen wordt op twee manieren gestuurd door de ouders. Allereerst doordat de aanleg van het brein is bepaald door DNA, dat bestaat uit erfelijk materiaal. Daarnaast spelen ouders een belangrijke rol in opvoeding en interesses, net als de rest van de omgeving. Als ouders dagelijks voorlezen en woordspelletjes doen, kan dat gunstig uitpakken voor het taalvermogen. Kinderen die veel puzzelen of bouwen ontwikkelen vroeg een sterk ruimtelijk inzicht. ‘De wetenschap probeert een onderscheid te maken tussen aangeboren vermogens en aangeleerde vaardigheden’, zegt hersenonderzoeker Sarah Graham van het Max Planck Instituut in Nijmegen. ‘Dat valt niet altijd mee’. Gedrag is namelijk voor een verrassend groot deel te verklaren uit de genetische aanleg. DNA bepaalt niet alleen de kleur van haar of ogen, maar stuurt ook je stemgedrag en het kan beïnvloeden of je streng gelovig bent of niet. ‘Het gaat om een samenspel tussen de omgeving en heel veel verschillende genen. 99% van de meer dan 3 miljard letters waar DNA uit bestaat, komt bij alle mensen voor. Die laatste 0,1% bestaat nog steeds uit miljoenen letters’.

Rekenen overlapt taal

Voor rekenen heb je verschillende hersenfuncties nodig, maar minder dan bij taal, weet Graham. Kinderen leren vanzelf hun moedertaal terwijl ze rekenen aangeleerd krijgen. Taal ligt dieper  verankerd in de hersenen dan wiskunde. Zonder de hersengebieden die nodig zijn voor taal, kun je geen enkele som oplossen. Voor een ingewikkelde rekensom moet een leerling vooruit kunnen denken en gebruik maken van het korte- en langetermijn geheugen. Creativiteit wordt ook vaak toegeschreven aan alfa’s. Terwijl een bètawetenschapper ook creatief moet zijn: nieuwe ideeën aandragen en oplossingen voor problemen verzinnen. Met andere woorden: taal- en rekenvaardigheden overlappen elkaar voor een groot deel.

Bèta is niet eng

Betekent dit dat de ‘pure alfa’ en ‘pure bèta’ niet bestaan? Graham: ‘De een leert iets gemakkelijker rekenen dan de ander, dat geldt ook voor taal. Maar zo groot zijn de verschillen niet. Voor de meeste mensen geldt: je kunt zelf kiezen welke talenten je ontwikkelt, mits je gemotiveerd bent om te leren en op de juiste manier les te krijgen.’ Graham vindt dat de kloof tussen de twee kampen onnodig groot is en dat er een onterechte angst heerst voor bètavakken. ‘We zouden kinderen duidelijk moeten maken dat deze vakken niet eng zijn maar juist interessant en nuttig in het dagelijks leven’.

                                

Het eerste STEAM-magazine!

Dit artikel is afkomstig uit ons STEAM-magazine.
Zelf een exemplaar ontvangen van dit glossy magazine
boordevol inspiratie, interviews, proefjes en producten
of wilt u meer informatie?
Neem dan contact met ons op.