Inzicht in levensbeschouwing en religie is onmisbaar in een algemeen vormend curriculum. Daarom is het een welkome ontwikkeling dat de Tweede Kamer net heeft besloten het kennisgebied Geestelijke stromingen – sinds 1985 al verplicht in het primair onderwijs – voortaan ook te verplichten in het voortgezet onderwijs. Alle middelbare scholen zullen straks hun leerlingen onderwijs moeten bieden over christendom, islam en andere religieuze tradities.
Dit boek presenteert een religiewetenschappelijke en onderzoekende vakmethodiek voor onderwijs over religieuze tradities, geïnspireerd door de onderwijspraktijk in Scandinavië en voortbouwend op de perspectievendidactiek van Expertisecentrum LERVO. Concreet beschrijven we hoe leerlingen in vier stappen (SITUEREN, ANALYSEREN, INTERPRETEREN en RELATEREN) religieuze teksten en rituelen kunnen onderzoeken in de klas. Leerlingen die volgens dit model zelf religieuze teksten en rituelen onder de loep nemen, verwerven een veel dieper inzicht in de bronnen en de religieuze tradities waar ze deel van uitmaken, dan leerlingen die alleen over religie en religieuze teksten en rituelen lezen. Daarnaast ontwikkelen leerlingen hiermee hun analysevaardigheden en onderzoekende houding.
Het grootste deel van het boek bestaat uit uitwerkingen van het analysemodel in onderwijsmateriaal voor zowel leerlingen in het voortgezet onderwijs als voor studenten op de docentenopleidingen. Andere hoofdstukken bieden inhoudelijke achtergrondkennis en handige overzichten van primaire bronnen voor gebruik in het onderwijs, en secundaire literatuur voor docenten die verdere verdieping zoeken. Het boek is geschikt als studieboek voor de docentenopleidingen (hbo en wo) en voor gebruik in de onderwijspraktijk.