De Quest-weetjes uit de voorjaarskrant

Geschreven op donderdag 14 april 2016

 

Het antwoord op allesbehalve prangende, maar leuke vragen!

 

Kun je fietsen verleren?

Vermoedelijk niet. Zelfs mensen die veertig jaar niet op een fiets hebben gezeten, en ervan overtuigd zijn dat ze het fietsen totaal verleerd zijn, blijken het in een mum van tijd weer te pakken te hebben. Als ze eenmaal op de fiets zitten, herinnert hun lichaam zich ineens weer hoe dat ging, balans houden en sturen. In het begin voelt het allemaal een beetje eng en onwennig, maar echt verleren doe je het nooit. Dat geldt ook voor andere vaardigheden, zoals zwemmen of pianospelen die je na lange tijd weer probeert op te pikken. Ons ‘spiergeheugen’ is veel robuuster dan ons geheugen voorfeiten en gebeurtenissen. Mensen die dementeren weten vaak niet meer met wie ze getrouwd zijn of wat ze vanochtend voor ontbijt hadden, maar als ze ooit konden golfen of viool spelen, zullen ze dat nooit verleren. Sterker nog: ze zijn nog steeds in staat om nieuwe vaardigheden aan te leren.

 

Kinderen met ADHD leren beter
door te bewegen

‘Zit nu eens stil, dan kun je je beter concentreren!’ Een zinnetje dat vaak tegen ADHD’ers wordt gezegd. Want bewegen zou ze afleiden. Maar wat blijkt? Kinderen met ADHD kunnen daardoor juist beter leren. Onderzoekers van de University of Central Florida onderzochten 52 jongens van acht tot twaalf jaar, waarvan er 29 ADHD hadden. De kinderen kregen in een flits een aantal cijfers en een letter te zien. Vervolgens moesten ze deze cijfers in de juiste volgorde plaatsen met aan het eind de letter. AlertMet een high-speed camera maakten de onderzoekers beelden van elke beweging. Tegelijkertijd analyseerden ze de aandacht van het kind voor de taak. De kinderen met ADHD presteerden aanzienlijk beter als ze met hun voet zaten te tikken, een been heen en weer zwaaiden, of op een andere manier bewogen. Het hield ze alert. Voor de niet-ADHD’ers gold het omgekeerde. De onderzoekers raden leraren en ouders dan ook aan om kinderen met ADHD te laten zitten op fitnessballen of hometrainers. Zo presteren ze beter met taakjes in de klas, toetsen of huiswerk. Of de rest van de klas goed presteert in de nabijheid van een fietsende of deinende medeleerling?Dat hebben de wetenschappers dan weer niet onderzocht.

 

Fietsen Nederlanders echt zo veel?

Ja. Nederland telt meer fietsen dan inwoners en dat is een unicum in de wereld. Bovendien worden die tweewielers goed gebruikt. In een stad als Amsterdam reizen mensen vaker met de fiets dan met de auto. In grote steden in het buitenland is dat wel anders. Wandel maar eens door New York. Als je al fietsers ziet, dan moeten die vaak de weg met auto’s en bussen delen. Toch zorgen verkeersdrukte en vervuiling ervoor dat ook in het buitenland de fiets in opmars is. Volgens de Fietsersbond wordenvooral Denemarken, Duitsland en China steeds fietsvriendelijker.

 

Waarom hadden de fietsen vroeger
zo’n groot voorwiel?

Omdat je met een groot wiel harder kan. Toen de fietsketting nog niet bestond,zaten de trappers direct aan het wiel vast. Een rondje van de trappers stond gelijk aan een rondje vanhet wiel. De grootte van het wiel bepaalde dus hoe hard je kon fietsen: hoe groter, hoe harder. Beide wielen heel groot maken was niet handig. Het achterwiel was voor de stabiliteit. Als je die groter maakt, geef je de fiets alleen maar meer ballast. Logisch dus dat de ‘hoge bi’ (‘bi’ was afgeleid van bicyclette) er kwam, met een heel groot voorwiel en een veel kleiner achterwiel. Gevaarlijk, maar welheel snel: de hoge bi haalde 40 kilometer per uur en werd in 1867 geintroduceerd. Het hoge zadel bleek gevaarlijk: een plotselinge stop lanceerde berijders over het stuur. Het voorwiel mat een diameter tussen de 125 en 150 centimeter. Door de uitvinding van de fietsketting, rond 1878, raakte de hoge bi uit de mode. Na 1895 zijn ze bijna niet meer gemaakt.

 

Hoe kan het dat je handen na een poosje in de kou, opeens weer warm aanvoelen?

Ga je bij kou naar buiten, dan vernauwen na verloop van tijd je haarvaten zich. De bloedsomloop concentreert zich dan op je romp en je vitale delen om de temperatuur van je lichaam niet te ver te verlagen. Daardoor daalt wel de temperatuur van je huid en je vingers. Gaat dat door, dan kunnenje vingers te koud worden en zelfs afsterven. Als dat dreigt te gebeuren, verwijdt je lichaam tijdelijk de haarvaten, zodat je vingers blijven leven. En dat geeft tintelende warmte.

 

Wat kost de minste energie bij tegenwind: stevig doortrappen en snel thuis zijnof rustig fietsen en er langer over doen?

Doe vooral rustig aan. Dat scheelt niet alleen zweet maar bovendien energie. Jos de Koning is inspanningsfysioloog aan de Vrije Universiteit en rekent voor waarom langzame fietsers in het voordeel zijn. Stel dat je op een windstille dag 10 kilometer moet afleggen. Dan kost dat met 30 km/u 4 keer zo veel energie als met een gangetje van 15 km/u. De snelle fietser heeft namelijk te maken met een luchtweerstand die meer is dan het dubbele. Fietsen met een tegenwind van 20 km/u, dat is gelijk aan windkracht 3 tot 4, kost bij een snelheid van 15 km/u meer dan 5 keer zo veel energie dan op een windstille dag. En wil je met 30 km/u naar huis, dan verbrand je 10 keer zo veel. Rustig rijden scheelt bij tegenwind dus een hoop moeite. Toch is dat niet de beste strategie. ‘De kunst is om je inspanning zo constant mogelijk te houden’, stelt De Koning. Gaat de wind even liggen, dan fiets je harder. Zodra die opsteekt, houd je je tempo weer in. Een slimme fietser hangt ook met zijn neus boven zijn stuur zodat hij minder wind vangt. ‘Maar de fout die veel mensen dan maken, is dat ze hard gaan trappen. Niet doen, want snelheid maken kost energie.’

 

Geen vuisten

Van de Nederlandse kinderen tussen de zes en twaalf jaar speelt een op de vijf niet of hooguit een keer per week buiten. Dat blijkt uit onderzoek van Jantje Beton uit 2013. Ook blijkt dat 42 procent van de kinderen de buitenruimte waar ze kunnen spelen, te saai vindt. Driekwart van de kinderen denkt vaker buiten te gaan spelen als er meer avontuurlijke plekken zouden zijn. Uit onderzoek van Little en Wyver (2008) blijkt dat vrij buiten spelen goed is voor allerlei motorische vaardigheden. Buiten is meer ruimte om te rennen, klimmen, springen en gooien. De dilemma’s en conflicten die optreden tijdens dat spel moeten kinderen vervolgens zelf oplossen. Waarbij ze spelenderwijs lerendat het niet altijd goed is om je gelijk te krijgen door je vuisten te gebruiken. Als je kinderen hun eigen gang laat gaan, dan leren ze compromissen te sluiten, spelregels op te stellen, samen te werken of de competitie met elkaar aan te gaan. Het zijn vaardigheden die je niet uit eenschoolboek haalt en ook niet aanleert wanneer je veilig op de bank zit met Angry Birds.

 

Kan een insect tijdens de vlucht
een stofje in zijn oog krijgen?

‘De kans dat een insect tijdens zijn vlucht een stofje in zijn oog krijgt is ontzettend klein’, legt entomoloog Matty Berg van de Vrije Universiteit Amsterdam uit. ‘Wanneer een insect vliegt ontstaan er allerlei luchtstromen om het insect heen. Net als bij een vliegtuig. Stofjes en vuiltjes in de lucht zijnzo licht dat ze door die luchtstromen worden meegesleurd en dus niet snel tegen het vliegje aan zullen komen. Je kunt het vergelijken met een auto. Wanneer die rijdt zullen er ook niet snel kleine deeltjes aan blijven plakken. Dat gebeurt pas wanneer de auto stilstaat. Bij insecten is dat precies zo.’

 

Waarom is de lengte van de marathon precies 42,195 kilometer?

In 1896 waren de organisatoren van de eerste moderne Olympische Spelen op zoek naar een groots evenement dat de Spelen kleur kon geven, en dat tegelijkertijd herinnerde aan de glorie van het oude Griekenland. De Fransman Michel Breal stelde voor om een loopwedstrijd te houden ter ere van Pheidippides. Volgens de legende rende deze Griekse boodschapper vanuit het stadje Marathonnaar de hoofdstad Athene om het nieuws van een militaire overwinning op de Perzen over te brengen. De loopwedstrijd werd ingepland en kreeg de naam ‘Marathon’. De lengte van het parcours werd vastgesteld op 40 kilometer, de geschatte afstand die Pheidippides meer dan 1400 jaar eerder aflegde. Pas bij de Spelen van 1908 in Londen werd de afstand die marathonrenners nu nog lopen vastgelegd. De race begon buiten Londen, bij kasteel Windsor, en de finishlijn van de Londense marathon lag in het Olympisch stadion. Zo geschiedde, en daarmee werd de totale lengte van het parcours precies 42 kilometer en 195 meter. Na de Londense Spelen van 1908 is die afstand nooit meer aangepast. En dus lopen atleten nu nog steeds een marathon van 42 kilometer en 195 meter.

 

Loop blij, word blij!

Dat bewegen goed is voor je mentale toestand is al lang bekend. Onderzoekers aan de Queen’s University in Canada waren benieuwd of de manier waarop je beweegt ook invloed heeft. Daarom analyseerden ze de manier van wandelen van proefpersonen op een loopband. De proefpersonen zagen een meter die naar links of naar rechts uitsloeg. Deze richtingen stonden voor een meer terneergeslagen houding (schouders naar voren) of een blije houding (springerig lopen). Dit wisten de proefpersonen niet. Er werd hen alleen gevraagd of ze de meter naar ofwel de rechterkant, ofwel de linkerkant konden laten bewegen. Terwijl de proefpersonen aan het lopen waren, kregen ze zowel positieve als negatieve woorden te horen. Na het lopen moesten ze zo veel mogelijk woorden opschrijven die ze zich herinnerden. Wat bleek? De mensen die ‘somber’ hadden gelopen herinnerden zich veel meer negatieve woorden dan de blije lopers. Die schreven voornamelijk blije woorden op. Het resultaat uit deze test laat zien dat je houding tijdens het bewegen ook invloed heeft op deze herinneringen. Een positieve houding zorgt voor een beter geheugen voor positieve dingen!

 

Waarom spelen kinderen zo graag?

Een kind wil de wereld ontdekken en spelen helpt daarbij. Spelen is ook essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Het is goed voor de motoriek. Door te rennen, te bouwen en te ontdekken leren ze hun lichaam bewegen. De reflexen en reacties worden sneller en preciezer als ze hun eigen lichaam leren kennen. Ook hand-oogcoördinatie wordt zo ontwikkeld. Daarnaast trainen ze hun hersenen door te spelen. Ze leren zich te concentreren, bijvoorbeeld. Of hun geheugen te gebruiken en logisch na te denken. Ook de woordenschat groeit door met vriendjes en vriendinnetjes te spelen. De interactie met anderen is sowieso goed. Zo leren kinderen om te gaan met teleurstelling, winst en verlies en delen. Allemaal redenen waarom spelen gestimuleerd wordt. Maar waarom willen kinderen, die zich nog onbewust zijn van al deze voordelen, zelf zo graag spelen? Simpel. Ze hebben behoefte aan ontspanning en zijn nieuwsgierig. Ze worden er zelfs gelukkig van.

 

Welke hardloper verbruikt de meeste energie: iemand van 1,58 meter
of iemand van 1,90 meter lang?

Neem een dure sportauto met een zware motor en een Smart. Laat beide 100 kilometer rijden met een constante snelheid en meet het brandstofverbruik. Dan zul je zien dat de sportauto veel meer heeft opgeslokt. Logisch: de zware motor weegt meer en heeft grote ingebouwde reserves om hard te kunnen rijden. Bij mensen is hetzelfde aan de hand. Een grote atletische man gebruikt veelmeer energie dan een kleine vrouw. Zijn motor (hart en beenspieren) is zwaarder en vergt de verbranding van veel meer kilocalorieën voor een rondje joggen. Door hetzelfde principe kunnen bodybuilders relatief makkelijk ‘afvallen’. Omdat hun spiermassa zo groot is, verbruiken ze bij hun bewegingen veel meer energie dan een mager ventje dat net begint met gewichtheffen. Het gevolg is dat een bodybuilder al snel zijn laatste vet heeft verbrand.

 

Slapen insecten ook?

Ja, ook insecten zoals vliegen en bijen hebben nachtrust nodig. Maar hun slaapproces is moeilijk tevergelijken met dat van mensen. Zo blijven hun ogen open als ze een dutje doen, want ze hebben geen oogleden. Ook maken ze niet dezelfde slaaphormonen aan als wij. Wel vertonen fruitvliegjes bijvoorbeeld ‘s nachts weinig activiteit en blijven ze soms urenlang op een plek zitten. Dat ontdekten wetenschappers van de Universiteit van Pennsylvannia in 2000. Om te testen of de insecten echt sliepen, tikten de onderzoekers ’s nachts regelmatig op hun verblijf. De vliegjes namen de dagdaarna meer rustperiodes dan normaal, alsof ze de verloren slaap probeerden in te halen.

 

Verbrand je meer calorieën in de zomer
of in de winter?

In de zomer verbrand je meer calorieën dan in de winter. Je lichaam vindt het gemakkelijker om warmte vast te houden als het koud is, dan om warmte kwijt te raken als er oververhitting dreigt. Dat komt doordat je lichaam bijna altijd een overschot aan warmte heeft. Warmte is namelijk een restproduct van allerlei processen in je lijf, zoals de vertering van voedsel. Als het koud is, dan houdt je lichaam simpelweg die warmte vast. Maar als het buiten warm is, dan moet het lichaam warmte kwijt. Dat gaat vooral via de zweetklieren in de huid. Hoe warmer het is, des te meer bloed je hart naar je huid moet pompen om de warmte af te leveren. Dat pompen kost het lichaam energieen dus verbrand je meer calorieën.